ASML staat opnieuw in het middelpunt van geopolitieke spanningen rond chips. In Nederland en de EU wordt bepaald welke lithografiemachines nog naar China mogen en onder welke voorwaarden. De inzet is economische veiligheid, Europese digitalisering en de gevolgen voor het bedrijfsleven. De discussie verscherpte sinds 2023 en 2024 door aangescherpte exportregels en internationale druk.
ASML speelt sleutelrol
ASML uit Veldhoven levert machines die met licht heel kleine patronen op silicium tekenen. Dit proces heet lithografie en is nodig om computerchips te maken. ASML is op het moment van schrijven de enige aanbieder van de meest geavanceerde EUV-technologie. Daarmee raakt elke politieke keuze direct aan de wereldwijde chipproductie.
De vraag naar geavanceerde chips groeit door toepassingen in AI, cloud en 5G. Landen proberen toegang tot deze technologie te waarborgen, om strategisch en economisch minder kwetsbaar te zijn. Voor Europa is dit ook een kwestie van digitale soevereiniteit. ASML’s positie maakt Nederland een onmisbare schakel in die strategie.
China wil moderne machines om productie op te schalen, maar stuit op beperkingen. Al jaren worden leveringen van EUV-systemen aan China niet toegestaan. Sinds 2023 zijn ook enkele geavanceerde DUV-systemen, een stap onder EUV, vergunningplichtig. Dat vergroot de politieke en commerciële afwegingen bij elke order.
Nederland scherpt export aan
Nederland weigerde sinds 2019 exportvergunningen voor EUV-machines richting China. In 2023 kwamen nationale regels bij, waardoor ook bepaalde DUV-immersion systemen onder de vergunningsplicht vallen. Juridisch gebeurt dit binnen de EU-dual-use verordening (Verordening (EU) 2021/821), met uitvoering door Den Haag. De kern: leveringen mogen, tenzij risico’s voor veiligheid of mensenrechten te groot zijn.
De vergunningsplicht raakt niet alleen nieuwe machines, maar soms ook onderdelen en service. Bedrijven moeten eindgebruik verifiëren en interne controles inrichten. Dit kost tijd, verandert levertermijnen en kan contractplanning beïnvloeden. Voor high-end chips is bovendien vaak meerdere generaties apparatuur nodig, wat de complexiteit vergroot.
De beperkingen zijn afgestemd met bondgenoten om lekken in de keten te voorkomen. Nederland wil tegelijk de open economie behouden en kennisinstellingen en toeleveranciers blijven steunen. Het beleid bevat daarom uitzonderingen en maatwerk per aanvraag. Maar de richting is duidelijk: eerst veiligheid, dan handel.
ASML is op het moment van schrijven de enige leverancier van EUV-lithografie; zo’n machine kost doorgaans ruim 150 miljoen euro per stuk.
Druk uit Washington groeit
De Verenigde Staten bouwen sinds 2022 aan strenge exportcontroles op geavanceerde chips en productiemiddelen. Zij vragen partners zoals Nederland en Japan om de regels te spiegelen. Doel is te voorkomen dat zeer krachtige chips worden gemaakt voor militaire of surveillancetoepassingen. Deze lijn vergroot de druk op Europese exportbesluiten.
Een gevoelig punt is service en software-updates voor al geleverde machines. Zonder onderhoud kan productie stilvallen, maar service kan ook technologie overdragen. Daardoor worden vergunningen en contracten voor after-sales nauwkeuriger getoetst. Voor bedrijven als ASML betekent dit extra compliance en soms lastige gesprekken met klanten.
China kan economisch reageren, bijvoorbeeld via inkoopkeuzes of lokale prioriteiten. De EU heeft daarom het anti-coercion instrument klaarstaan om economische dwang tegen te gaan. Tegelijk wil Brussel de-escalatie en voorspelbare handel. Het blijft balanceren tussen bondgenootschappen en eigen industriebelang.
Gevolgen voor Europese digitalisering
De EU Chips Act moet het Europese aandeel in chipproductie vergroten en investeringen versnellen. Dat helpt om afhankelijkheid te verkleinen en kritieke sectoren te beschermen. Zonder toegang tot productieapparatuur strandt die ambitie. ASML en zijn Europese toeleverketen zijn daarom essentieel voor het succes van deze wet.
Tekort of vertraging in machines raakt de hele waardeketen: van ontwerp tot assemblage. Autosector, energiebedrijven en zorgtech merken dat in kosten, levertijden en innovatiekracht. Digitale transformatieprojecten lopen risico op uitstel bij chiptekorten. Dat maakt voorspelbare exportregels een direct economisch belang voor het bedrijfsleven.
Rond Brainport Eindhoven werken honderden toeleveranciers aan onderdelen en modules. Ook onderzoekscentra zoals imec in België spelen een sleutelrol in procesinnovatie. Steunmaatregelen voor skills, R&D en vergunningprocedures houden deze keten concurrerend. Zo verbetert Europa zowel strategische autonomie als de praktische uitvoering van innovatieprojecten.
Balans tussen handel en veiligheid
Het Europese economische veiligheidsbeleid kiest voor risicobeperking in plaats van ontkoppeling. Dat betekent selectieve controle op de hoogste risicocategorieën, met openheid waar het kan. Exportvergunningen, due diligence en transparantie vormen de basis. Voor bedrijven is stabiele handhaving net zo belangrijk als de regels zelf.
De Nederlandse overheid toetst aanvragen op eindgebruik, bestemming en impact. Dat gebeurt binnen EU-kaders en met mogelijkheden voor bezwaar en beroep. Bedrijven investeren intussen in exportcontrole, data-afscherming en versleutelde servicetools. Zo beperken zij kennislekken zonder hun wereldwijde klantenrelaties te verliezen.
Vooruitkijkend blijven drie scenario’s mogelijk: verdere aanscherping, een status quo of beperkte versoepeling bij ontspanning. In alle gevallen blijft ASML een onderhandelingsfiche in bredere geopolitiek. Europa zal dus blijven zoeken naar een werkbare middenweg. Die moet veiligheid borgen en tegelijk innovatie en handel laten doorgaan.
