Eén Nederlandse helper voor Van der Poel; Groves ontbreekt — tech in koers?

Geschreven door Matthijs

March 19, 2026 23:15

Alpecin-Deceuninck reist dit weekend naar Milaan-San Remo met Mathieu van der Poel als kopman. De ploeg stelt één Nederlandse helper op naast de wereldkampioen, gericht op steun in de finale. Sprinter Kaden Groves ontbreekt in de selectie, omdat de koers vaak beslist wordt op de Poggio. De ploeg kiest zo voor een licht en wendbaar team dat inzet op aanval en positionering.

Van der Poel is kopman

Alpecin-Deceuninck maakt een compacte selectie rond Van der Poel, met ondersteuning voor de lange, snelle aanloop naar de kust. De keuze voor één Nederlandse helper moet zorgen voor extra controle in de aanloop naar de Cipressa en de Poggio. De ploeg wil het tempo sturen en de kopman fris aan de laatste klim brengen. Dat past bij eerdere succesvolle klassiekers van het team.

Milaan-San Remo is een Monument, met een unieke mix van afstand en een korte, explosieve finale. Positioneren is er minstens zo belangrijk als vermogen. De selectie is daarom opgebouwd uit renners die sterk zijn op vlak en kort klimwerk. Zo blijft de kopman uit de wind en is er ruimte om te reageren op aanvallen.

De afwezigheid van een traditionele sprinttrein onderstreept die aanpak. Minder renners zijn nodig voor een vlakke massasprint, meer voor tempo en timing op de laatste klim. Ook dalen en bochtentechniek tellen zwaar in deze klassieker. Een wendbaar team helpt bij het afdalen van de Poggio richting de Via Roma.

Groves ontbreekt door koersprofiel

Kaden Groves is een pure sprinter met topsnelheid, maar Milaan-San Remo breekt vaak open op de Poggio. Het team verwacht dat de beslissing valt na een late versnelling, niet in een klassieke massasprint. Daarom is een lead-out minder waardevol dan klimmers met punch. Zo vergroot de ploeg de kans dat de kopman mee kan in de beslissende groep.

De finale vraagt korte, herhaalde inspanningen en technisch dalen. Rijders die daar uitblinken, passen beter bij dit scenario dan een sprinter die na 290 kilometer nog een lange sprint nodig heeft. De ploeg kiest voor flexibiliteit: meeschuiven in aanvallen, gaten dichtrijden, en direct herpositioneren. Dit past bij eerdere tactieken die Van der Poel ruimte geven om zelf te beslissen.

Mocht de koers toch stilvallen na de Poggio, dan vertrouwt Alpecin-Deceuninck op snelle afmakers uit de selectie. Die combinatie van aanval en noodsprint vergroot de tactische opties. Het is een herkenbare benadering in de Europese voorjaarsklassiekers. Het risico is kleiner dan volledig inzetten op één eindsprint.

Tactiek rond Cipressa en Poggio

De Cipressa en de Poggio zijn de twee sleutelmomenten. De Nederlandse helper moet de kopman voorin houden, juist wanneer nervositeit oploopt. Het team wil versnellen op de Cipressa om sprinters te verzwakken. Daarna volgt het positioneren voor de Poggio, waar explosiviteit en timing beslissend zijn.

Een aanval op de Poggio dwingt concurrenten tot keuzes en kan kleine gaten opleveren. De afdaling daarna is technisch en snel, wat koelbloedigheid vereist. De ploeg zet hier in op ervaring en heldere communicatie via de koersradio. Zo kan de kopman maximale snelheid houden zonder onnodig risico.

Weer en wind spelen vaak een rol op de Ligurische kust. Zijwind kan het peloton al vóór de Cipressa uitrekken. Daarom test het team lijnen in bochten en kiest het veilige, snelle bandeninstellingen. Kleine keuzes kunnen na bijna 300 kilometer het verschil maken.

Milaan-San Remo is circa 294 kilometer lang. De Poggio is ongeveer 3,7 kilometer aan 3 à 4 procent, met pieken rond 8 procent.

Materiaal en data sturen keuzes

De ploeg rijdt met aero-racefietsen en tubeless banden voor lagere rolweerstand. Schijfremmen bieden controle in de afdaling van de Poggio. Powermeters meten continu het vermogen, zodat renners hun inspanning doseren. Die data helpt om de laatste klim met de juiste marge aan te snijden.

In de volgwagen worden livegegevens geanalyseerd: tempo, wind en koerspositie. Met korte instructies via de radio worden lijnen en tempo aangepast. Zo gebruikt de ploeg technologie om tactiek te verfijnen zonder het overzicht te verliezen. Het doel: de kopman exact op het juiste moment lanceren.

UCI-regels bepalen de kaders, zoals het minimumgewicht van 6,8 kilo en veiligheidsnormen voor materiaal. Binnen die Europese afspraken zoekt het team marges in bandendruk, wielen en kleding. Alles is gericht op efficiëntie na uren koers. De winst zit in details die optellen.

Nederlandse blik op klassieker

Voor Nederlandse wielerfans is de combinatie van Van der Poel en één landgenoot opvallend. Het geeft herkenning én een duidelijke rolverdeling. De helper neemt wind en stress weg in de aanloop. De kopman kan daardoor energie sparen voor één beslissende versnelling.

Milaan-San Remo staat op de Europese WorldTour-kalender en levert belangrijke punten op. Een sterk resultaat telt mee richting de rest van het voorjaar. Het schema van de ploeg is hierop afgestemd, met focus op de Vlaamse klassiekers die volgen. De huidige selectie sluit aan bij dat bredere doel.

De keuze voor techniek en data past bij de moderne koersaanpak. Het is topsport met veel analyse, maar de uitvoering blijft menselijk werk. Eén fout in de afdaling kan alles kosten. Daarom houdt de ploeg de tactiek simpel, en de communicatie kort en duidelijk.

Andere bekeken ook