De Nederlandse chipsector waarschuwt dat het tekort aan halfgeleiders nog steeds doorwerkt. Bedrijven vragen zich af of zij bij een volgende geopolitieke schok wel chips kunnen blijven leveren. In Nederland en Europa zijn nog veel schakels van de keten afhankelijk van Azië. Dat raakt Europese digitalisering en heeft directe gevolgen voor het bedrijfsleven.
Leveringszekerheid blijft kwetsbaar
Het grote chiptekort van de afgelopen jaren legde zwakke plekken bloot. Doorlooptijden voor bepaalde microcontrollers en vermogenschips blijven hoog. Sommige producenten leveren nog op allocatie, wat bestellingen vertraagt. Dit remt innovaties en productlanceringen.
Veel cruciale stappen in de keten liggen in Azië. Geavanceerde chipproductie zit vooral in Taiwan en Zuid-Korea. Assemblage en verpakking zitten vaak in Maleisië en Vietnam. Een verstoring door politiek, natuur of logistiek kan daarom snel doorwerken.
Halfgeleiders, vaak “chips” genoemd, zijn miniatuurcircuits die data verwerken of stroom sturen. Materialen zoals neon en speciale chemie zijn onmisbaar voor productie. Tijdens eerdere crises bleken die grondstoffen gevoelig voor schaarste. Bedrijven bouwen sindsdien grotere voorraden op, maar dat kost kapitaal.
Nederlandse en Europese maakbedrijven zijn sterk afhankelijk van betrouwbare levering. In auto’s, machines en medische apparaten zitten duizenden componenten. Als één type chip ontbreekt, stopt een hele productielijn. Dat risico blijft aanwezig zolang de keten zo geconcentreerd is.
Nederlandse maakindustrie geraakt
Nederland speelt een sleutelrol in de halfgeleiderketen. ASML levert lithografiemachines vanuit Veldhoven en werkt met honderden toeleveranciers. NXP produceert chips voor auto- en industriële toepassingen in onder meer Nijmegen. Deze bedrijven vormen het hart van de Brainport-regio.
Kleine en middelgrote maakbedrijven krijgen de klap direct te voelen. Ze zijn vaak afhankelijk van schaarse microcontrollers of vermogensmodules. Herontwerp naar alternatieve onderdelen kost maanden en vraagt certificering. Dat vertraagt leveringen en verhoogt kosten.
Sectoren als automotive, zorg en energie zijn extra gevoelig. Denk aan laadpalen, slimme meters en ziekenhuisapparatuur. Uitval van een printplaat door een ontbrekende chip kan onderhoud stilleggen. Dan ontstaat snel maatschappelijke druk.
Continuïteit is ook een publiek belang. Overheden kunnen in aanbestedingen eisen stellen aan leveringszekerheid. Bedrijven moeten daarom aantonen hoe zij risico’s spreiden. Dat vraagt transparantie in de keten en langjarige afspraken.
Europa verkleint afhankelijkheid Azië
Met de Europese Chips Act wil de EU meer productie naar hier halen. Het programma bundelt publiek en privaat geld en versoepelt staatssteun. Lidstaten mogen daardoor sneller investeren in fabrieken en toelevering. Doel is strategische autonomie voor kritieke technologie.
De EU wil in 2030 ongeveer 20% van de wereldwijde chipproductie in Europa hebben.
Nieuwe fabprojecten moeten vooral de auto- en industriesector bedienen. In Dresden bouwt ESMC, een joint venture van TSMC met Bosch, Infineon en NXP. In Frankrijk breiden STMicroelectronics en GlobalFoundries hun fabriek in Crolles uit. Ook Infineon vergroot zijn capaciteit in Duitsland.
Grote initiatieven staan daarnaast in de steigers in Duitsland, zoals Magdeburg. Die projecten vragen tijd, vakmensen, energie en water. R&D-centra zoals imec in België en Europese universiteiten versterken de aanvoer van kennis. Nederland levert hierbij apparatuur, ontwerpkennis en hoogwaardige onderdelen.
Nieuwe capaciteit vermindert het risico, maar niet direct. De meeste lijnen leveren pas over enkele jaren. Tot die tijd blijft de aanvoer precair. Bedrijven moeten dus zelf buffers en alternatieven regelen.
Exportregels vergroten spanningen
Internationale exportregels maken de markt complexer. De Verenigde Staten beperken leveringen van geavanceerde chiptechnologie aan China. Nederland past exportvergunningen toe op bepaalde lithografiesystemen van ASML. Lithografie is de techniek die chippatronen op wafers “print”.
Deze maatregelen zijn gericht op veiligheid en stabiliteit. Tegelijkertijd verschuiven vraag en investeringen tussen regio’s. Voor toeleveranciers leidt dat tot planning- en compliance-risico’s. Contracten krijgen vaker clausules over sancties en herroutering.
Bedrijven moeten voldoen aan strengere controle op eindgebruik en herexport. Dat kost tijd en vraagt expertise in handelsrecht. Banken en verzekeraars stellen aanvullende eisen aan due diligence. Dat alles kan levertijden verlengen.
Bij een nieuwe geopolitieke schok stapelen effecten zich op. Denk aan spanningen rond Taiwan of verstoringen op zeeroutes. De EU bereidt noodinstrumenten voor, zoals het Single Market Emergency Instrument. Daarmee kan Brussel sneller coördineren bij schaarste.
Bedrijven vergroten weerbaarheid
Ondernemingen bouwen aan robuuste inkoop. Ze kiezen dual sourcing, leggen veiligheidsvoorraden aan en keuren alternatieven vooraf goed. Ontwerpteams mikken vaker op ruim beschikbare processnodes. Zo blijft een product maakbaar bij tekorten.
Langere termijn vraagt productie dichter bij huis. IPCEI Microelectronics & Communication Technologies helpt investeringen te dragen. Nederlandse bedrijven kunnen via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland meedoen. Dat versterkt zowel capaciteit als kennis in Europa.
Transparantie in de keten wordt cruciaal. Leveranciers delen vroegtijdig vraagprognoses en stuklijsten. Standaardisatie van onderdelen en datasystemen versnelt herontwerp. In de auto-industrie ontstaan hiervoor samenwerkingen zoals Catena‑X.
Duurzaamheid en vergunningen bepalen het tempo. Chipproductie vergt veel energie en ultra‑puur water. Investeren in efficiënte koeling en hergebruik helpt schaarste te beperken. Dat maakt Europese groei realistischer én minder kwetsbaar bij de volgende schok.
