Nieuws

Hernieuwbare energie bijna gelijk aan kernenergie in 2026 — impact op tech

Geschreven door Matthijs

December 26, 2025 19:21

België ziet in 2025 dat hernieuwbare elektriciteit kernenergie zo goed als evenaart. Dat gebeurt door snelle groei van wind op zee en zonnepanelen, en door werkzaamheden rond levensduurverlenging van kerncentrales. De verschuiving past in de Europese energietransitie en raakt prijzen, investeringen en leveringszekerheid. Het onderwerp krijgt extra gewicht door de “Europese energietransitie gevolgen bedrijfsleven” en de impact op huishoudens.

Wind en zon groeien door

Wind op zee en zonnepanelen leveren in België en Nederland elk jaar meer stroom. Zonnepanelen, ook wel fotovoltaïsche panelen, liggen op miljoenen daken en op bedrijfsterreinen. Op zee draaien steeds grotere turbines, die meer uren per jaar produceren. Dat alles verkleint het gat met kernenergie in de Belgische stroommix.

Wind en zon zijn variabele bronnen: ze produceren als het waait of de zon schijnt. Daarom nemen batterijopslag en vraagsturing een grotere rol. In België helpt ook de waterkrachtcentrale Coo-Trois-Ponts als “pompopslag”, een soort herlaadbare batterij met water. Samen maakt dit het systeem stabieler als hernieuwbaar piekt.

Nieuwe grensverbindingen zorgen dat overschotten beter wegstromen. Elia (België) koppelt met Nemo Link aan het VK en met ALEGrO aan Duitsland. Nederland doet dat via TenneT met onder meer Duitsland en Denemarken. Die Europese koppeling verkleint prijsverschillen en beperkt het afregelen van wind en zon.

Kernoutput tijdelijk lager

De kerncentrales Doel en Tihange blijven een pijler in België, maar gaan door een fase van onderhoud en aanpassingen. Engie Electrabel werkt aan de levensduurverlenging van Doel 4 en Tihange 3, onder toezicht van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC). Zulke ingrepen vergen tijd en beperken de productie tijdelijk. Daardoor komen de volumes van hernieuwbaar en kern dichter bij elkaar in 2025.

Kernenergie levert stabiele, koolstofarme “baseload”, vaak met hoge beschikbaarheid. Baseload betekent dat een centrale continu stroom kan leveren, dag en nacht. De beschikbaarheid hangt af van onderhoudscycli en veiligheidstesten. In 2025 zijn die factoren zwaarder dan gemiddeld door de verlengtrajecten.

Definitie: de capaciteitsfactor is het deel van de tijd dat een centrale of park effectief produceert vergeleken met het maximale vermogen.

Op langere termijn blijft kernenergie relevant voor leveringszekerheid naast wind, zon en opslag. De combinatie drukt de CO2-uitstoot en vermindert afhankelijkheid van gas. Wel vraagt dit nauwkeurige planning van onderhoud en marktregels. Zo voorkomt de overheid tekorten of te hoge kosten op piekmomenten.

Netbeheer vraagt flexibiliteit

Elia en TenneT investeren in zwaardere netten en slimme sturing. Meer hernieuwbaar betekent meer pieken en dalen in productie. Dat vraagt sneller schakelen bij vraag en aanbod. Industriële gebruikers kunnen meedoen via flexibiliteitscontracten die tijdelijk verbruik verlagen.

Europese regels uit het Clean Energy Package verplichten open toegang voor vraagrespons en aggregators. Een aggregator bundelt kleine flexbronnen, zoals koelinstallaties of laadpalen. Zij handelen daarmee op de onbalansmarkt van de netbeheerder. Zo ontstaat een nieuwe markt voor digitale flexibiliteitsdiensten.

Gegevens uit slimme meters en bedrijfsprocessen spelen hierbij een rol. Onder de AVG moeten energiedata doelgebonden, minimaal en beveiligd worden verwerkt. Toestemming en transparantie zijn belangrijk bij sturing van apparaten op afstand. Netbeheerders en dienstverleners richten processen in met duidelijke keuze- en afmeldopties.

Prijs en CO2-effect

Meer wind en zon drukken de groothandelsprijs, vooral rond middaguren en bij harde wind. Soms ontstaan negatieve prijzen, wat investeerders dwingt om contracten slim in te richten. Dit heet het cannibalisatie-effect: veel aanbod van één technologie drukt de eigen prijs. Contract for Difference (CfD) en stroomafnamecontracten (PPA’s) bieden hierin zekerheid.

De CO2-uitstoot van de stroommix daalt door hernieuwbaar en kern. De Europese emissiehandel (EU ETS) houdt bovendien een prijs op CO2-uitstoot uit gas en kolen. Daardoor komen schone centrales vaker aan bod in de merit order, de volgorde waarin centrales worden opgestart. Voor industrie en datacenters lonen elektrificatie en efficiëntere processen daardoor sneller.

Prijzen blijven wel schommelen door weer, brandstofkosten en interconnectoren met buurlanden. België profiteert van koppeling met Frankrijk en Duitsland, waar veel kern- en hernieuwbare capaciteit draait. Nederland balanceert met grote windgebieden op zee. Samen dempt dit extreme uitschieters in de regio.

EU-beleid stuurt investeringen

De EU-Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED III) zet een doel van 42,5% hernieuwbaar in het eindgebruik in 2030, met streven naar 45%. Lidstaten versnellen vergunningen voor wind- en zonneprojecten met snellere besluittermijnen. Fit for 55 en de elektriciteitsmarkthervorming moeten prijsschokken dempen. Daarmee groeit de investeringszekerheid voor langjarige projecten.

De Europese Commissie staat via het tijdelijke crisis- en transitiekader (TCTF) meer staatssteun toe voor groene projecten. Landen gebruiken Contract for Difference en capaciteitsmechanismen om investeringen in batterijen en piekcentrales te sturen. Nederland schaalt SDE++ op voor CO2-reductie, inclusief grootschalige elektrolysers. België gebruikt het Capacity Remuneration Mechanism (CRM), dat ook opslag en vraagrespons kan belonen.

Voor bedrijven en huishoudens verandert de energiemarkt richting elektrificatie en flexibiliteit. Denk aan warmtepompen, slim laden van elektrische auto’s en energiecontracten met sturing. “Nederlandse energiemix impact industrie” en de Belgische mix raken hierdoor strategische keuzes voor productie en logistiek. Snelle aansluiting op het net en datagedreven sturing worden een concurrentievoordeel.

Andere bekeken ook

January 22, 2026

Wattmeters en data-analyse: hoe technologie Jay Vine aan dubbelslag hielp

January 22, 2026

EU-tegenmaatregelen bedreigen Amerikaanse techreuzen: wat staat hen te wachten?