Belgische start-ups haalden het afgelopen jaar ongeveer de helft minder groeigeld op. Toch blijft het ecosysteem actief, met meer nadruk op kleine rondes en solide businessmodellen. De daling speelt vooral bij latere groeifases in België, terwijl vroege fase financiering overeind blijft. Hogere rentes en strengere waarderingen remmen investeerders, maar Europese digitalisering heeft gevolgen voor het bedrijfsleven en zorgt ook voor nieuwe kansen.
Halvering van kapitaal
De totale investeringen in Belgische start-ups en scale-ups daalden op het moment van schrijven met circa 50 procent ten opzichte van een jaar eerder. Grote series B- en C-rondes vielen weg, waardoor het totaalbedrag scherp terugliep. Het aantal deals daalde minder hard, omdat meer starters kleine tickets ophaalden. Dat vertekent het beeld: minder geld, maar nog veel activiteit.
De oorzaak is deels macro-economisch. De rente is hoger en risicokapitaal kiest vaker voor zekerheden. Waarderingen worden scherper getoetst, vooral bij softwarebedrijven met hoge groei maar beperkte cashflow. Ook due diligence duurt langer, wat rondes vertraagt.
Toch zijn sommige sectoren relatief sterk. Deeptech en halfgeleiders profiteren van Europese prioriteiten, mede dankzij onderzoeksinstellingen zoals imec in Leuven. Bedrijven met omzet en duidelijke marges trekken nog wel kapitaal aan. Zij sluiten vaker binnenlandse rondes, zonder internationale megafondsen.
Investeringen in Belgische start-ups daalden met ongeveer 50 procent, maar het aantal kleinere rondes bleef opvallend stabiel.
Vroege fase blijft draaien
Seed en pre-seed rondes gaan door, mede dankzij accelerators en co-investeerders. Programma’s zoals imec.istart en Start it @KBC helpen teams met marktvalidatie en eerste klanten. Een accelerator is een begeleid traject met financiering, coaches en netwerk. Dat geeft starters tijd om product en klantdata te bewijzen.
Publieke fondsen vangen een deel van de marktklap op. In Vlaanderen investeert PMV, federaal is SFPIM actief, en regionale spelers doen mee in co-financieringen. Zulke fondsen delen risico met private partijen. Het zorgt voor continuïteit, al blijven tickets kleiner.
Ook fiscale prikkels spelen mee. De Belgische tax shelter voor startende ondernemingen stimuleert particuliere investeerders. Dat is geen vervanging voor grote rondes, maar het houdt de vroege pijplijn gevuld. Zo blijft de instroom van nieuwe technologie en innovatie op peil.
Focus op winstgevendheid
Investeerders sturen sterker op winstgevendheid en unit economics. Start-ups verlagen hun maandelijkse uitgaven en verlengen de runway. Zij richten zich op klantenbehoud en herhaalomzet in plaats van snelle groei. Daardoor worden bedrijven robuuster, maar de groei verloopt rustiger.
Termen als burn-rate en payback-period worden nu vroeg getoetst. Burn-rate is wat een bedrijf per maand verliest, payback is hoe snel een klant zich terugverdient. Wie die cijfers kan aantonen, maakt meer kans op kapitaal. Het leidt tot minder glansrijke waarderingen, maar wel tot duurzamer plannen.
Voor scale-ups betekent dit strakker portfolio-management. Niet-kernactiviteiten gaan op pauze en internationale expansie wordt gefaseerd. Fusies en overnames komen terug als strategisch middel. Hierdoor ontstaat minder hype, maar meer focus op waardecreatie.
Europese regels sturen keuzes
Nieuwe EU-wetgeving beïnvloedt producten en investeringen. De AI-verordening (AI Act) is aangenomen en wordt gefaseerd van kracht, met strengere eisen voor hoogrisicosystemen. Dat vraagt om documentatie, risicobeoordelingen en datakwaliteit. Wie op tijd compliance inbouwt, kan juist sneller markten openen.
Ook de AVG blijft leidend bij data en algoritmen. Dataminimalisatie en versleuteling zijn verplicht, en audits worden normaler bij deals. Voor zorg, mobiliteit en fintech is dit cruciaal. Europese digitalisering en regelgeving dwingen zo tot professionele processen.
De Digital Services Act en Digital Markets Act leggen verantwoordelijkheden bij platformen. Start-ups die als leverancier werken, moeten aantonen dat hun software veilig en transparant is. Dat kost in het begin extra tijd en geld. Maar het vergroot vertrouwen bij klanten in Nederland en de rest van de EU.
Regionale sterktes benutten
België leunt op sterke kennisclusters. Imec en universiteiten leveren deeptech-talent, van chips tot fotonica. Brusselse en Vlaamse hubs koppelen dat aan software en data-analyse. Die mix blijft aantrekkelijk voor investeerders, zelfs in een moeilijke markt.
Grensoverschrijdende samenwerking helpt de route naar schaal. Belgische teams werken vaker met Nederlandse partners in Brainport Eindhoven en de Randstad. Gezamenlijke aanvragen bij Horizon Europe en de European Innovation Council (EIC) winnen aan belang. Zo blijft internationale validatie bereikbaar.
Ook corporates spelen een rol. Industriepartners testen oplossingen in energie, logistiek en zorg. Dat levert referentieklanten op en versnelt implementatie. Het verkleint de afhankelijkheid van louter risicokapitaal.
Gevolgen voor de Benelux
De Nederlandse durfkapitaalmarkt koelde eveneens af, al zijn verschillen per sector groot. Voor het Benelux-ecosysteem betekent dit: meer gezamenlijke pilots en gedeelde verkoopkanalen. Bedrijven bundelen go-to-market in de regio om sneller omzet te maken. Daarmee wordt financiering minder afhankelijk van grote rondes.
Overheden ondersteunen deze beweging met leningen en garanties. InvestEU en nationale banken, zoals Invest-NL in Nederland, co-financieren transities in klimaat en digitalisering. Dat sluit aan op Belgische prioriteiten in energie en halfgeleiders. De praktische winst: toegang tot langere looptijden en lagere rentes.
Voor investeerders zijn duidelijke spelregels een pluspunt. Harmonisatie in de EU verkleint juridische frictie tussen landen. Dat helpt bij syndicasies tussen Belgische en Nederlandse fondsen. Zo blijft de kapitaalstroom open, ook met lagere totale volumes.
Wat ondernemers nu doen
Start-ups kiezen vaker voor mixfinanciering. Naast aandelenkapitaal gebruiken zij innovatieleningen, revenue-based financiering en EU-subsidies. Dat vermindert verwatering voor oprichters. Het vraagt wel om strakke rapportage en planning.
Productteams bouwen vanaf dag één met compliance-by-design. Privacy-by-design en beveiliging horen in de architectuur, niet achteraf. Dat versnelt latere audits en verkoop aan grote klanten. Het scheelt tijd bij Europese aanbestedingen.
Tegelijk blijft focus op kernmarkten nodig. Eerst tractie in België en Nederland, daarna pas verder opschalen. Heldere metriek en klantcases zijn de nieuwe valuta. Daarmee is “minder geld” niet automatisch “minder vooruitgang”.
