Mathieu van der Poel, kopman van Alpecin-Deceuninck, zegt dat hij sterke benen en wat geluk nodig heeft voor de winst in de komende kasseienklassieker. De Nederlander blikt vooruit op de koers dit weekend in Noordwest-Europa, waar valpartijen en lekke banden vaak beslissen. Ook met datagedreven voorbereiding en nieuwe materiaaltechnologie blijft de uitkomst onzeker. De digitalisering van de sport en Europese regels rond data hebben daarbij merkbare invloed op keuzes van teams en leveranciers.
Vorm alleen is niet genoeg
Van der Poel erkent dat naast vorm ook toeval een rol speelt op kasseien. Een val of lekke band kan zelfs een perfecte dag breken. Dat maakt de klassiekers moeilijk te controleren, zelfs voor een favoriet. Zijn ploeg Alpecin-Deceuninck richt zich daarom op details die risico’s verkleinen.
“Ik zal goede benen en wat geluk nodig hebben.” — Mathieu van der Poel
De top van het wielrennen is klein en verschillen zijn vaak seconden. Wie een sleutelmoment mist door pech, komt zelden terug. Dat verklaart de focus op voorbereiding, positionering en materiaalkeuze. Toch blijft de marge tussen winnen en verliezen dun.
Teams bouwen scenario’s om onzekerheid te beperken. Ze bespreken waar nervositeit oploopt en waar valpartijen vaak ontstaan. Ook erkennen ze dat niet elke situatie te sturen is. De strategie is: risico’s beperken, kansen vergroten.
Data sturen koerskeuzes
Moderne wielerteams gebruiken vermogensmeters en GPS-data om het parcours te analyseren. Een vermogensmeter meet in watt hoeveel kracht een renner levert, en helpt om inspanningen te doseren. Met routeanalyses bepalen ploegen waar positionering cruciaal is. Zo ontstaat een datagedreven plan voor aanvallen en herstel.
Wind en wegdek worden vooraf in kaart gebracht met weer- en kaartdiensten. Teams schatten waar waaierkansen liggen en waar kasseistroken het peloton breken. Met simulaties toetsen ze verschillende tactieken. Het doel is om toevalsmomenten voor te zijn.
Ook voeding en hydratatie zijn doorgerekend. Renners krijgen per uur doelen voor koolhydraten en vocht. Die planning wordt gekoppeld aan verwachte intensiteit op sleutelsecties. Zo blijft de energiebalans stabiel tot diep in de finale.
Materiaalkeuze wordt beslissend
Op kasseien draait het om banden, wielen en bandendruk. Teams kiezen vaak bredere banden en lagere druk voor meer grip en comfort. Tubeless-systemen, banden zonder binnenband met afdichtvloeistof, beperken het risico op lekrijden. Sommige ploegen testen inzetstukjes in de band om velgschade te voorkomen.
Fietsafstelling krijgt extra aandacht: dubbele stuurlintlagen, versterkte wielen en nauwkeurige drukmeting met digitale pompen. Een kleine aanpassing kan al seconden schelen en het risico op materiaalpech verlagen. De Europese bandennormen van ETRTO helpen bij veilige combinaties van velg en band. Teams documenteren die keuzes om herhaalbaar te werken.
Serviceafspraken zijn strak georganiseerd. Ploegleiderswagens en neutrale service staan gepland rond cruciale stroken. Wisselpunten en wielkeuzes zijn op voorhand bepaald. Dat alles moet tijdverlies bij pech minimaliseren.
Regels beperken realtime data
De UCI staat uitgebreide dataverzameling toe, maar beperkt het live delen van gevoelige biometrische gegevens in de uitzending. Dit moet de sport eerlijk en veilig houden, en de renner beschermen. Teams kunnen wel data in de ploegleiderswagen bekijken. Commerciële verspreiding tijdens de koers is op punten aan banden gelegd.
Omdat renners in de EU actief zijn, valt hun informatie onder de AVG. Gezondheids- en prestatiegegevens zijn bijzondere persoonsgegevens en vragen een strikte grondslag, dataminimalisatie en versleuteling. Clubs en leveranciers moeten aantoonbaar veilig omgaan met opslag en doorgifte. Dit beïnvloedt ontwerp en keuze van sensoren, software en cloudplatforms.
Praktisch betekent dit dat niet elk datapunt vrij gedeeld kan worden. Teams kiezen systemen die privacy-eisen borgen zonder tactisch nadeel. Duidelijke afspraken met renners zijn nodig over wie welke data wanneer ziet. Zo blijft innovatie mogelijk binnen het Europese kader.
Weerdata en kasseien tellen
Weer speelt een hoofdrol op Noordwest-Europese kasseien. Teams raadplegen onder meer het Europees weermodel van ECMWF voor wind en neerslag. Natte stenen worden glad en vragen andere lijnen en lagere snelheid. Droge omstandigheden geven meer snelheid, maar slaan harder door het materiaal.
Op basis van deze input passen ploegen bandendruk, bandenkeuze en voedingsmomenten aan. Een vroege zijwind kan het plan omgooien en vraagt om scherpere positionering. Reconnaissance-ritten met GPS-logs bevestigen of de theorie klopt. Het finetunen gaat door tot vlak voor de start.
Toch blijft er onvoorspelbaarheid, precies waar Van der Poel op doelt. Een onverwachte valpartij of lekke band kan elk model breken. Daarom draait het om slim plannen én direct kunnen schakelen. Technologie vergroot de kans, maar geluk wegnemen kan het niet.
