Een nieuwe Hightech call geeft het mkb meer invloed op de onderzoeksagenda in de Nederlandse maakindustrie. De uitvraag is landelijk en richt zich op praktische innovatie in hightech systemen en materialen. Bedrijven kunnen nu voorstellen indienen die direct passen bij hun marktbehoefte. Het doel is sneller vernieuwen en beter aansluiten op Europese digitalisering en de gevolgen voor het bedrijfsleven.
Mkb bepaalt onderzoeksagenda
In de nieuwe opzet bepalen mkb-ondernemers de thema’s en toepassingsgebieden voor projecten. De nadruk ligt op vraaggestuurde innovatie, dus ideeën die voortkomen uit concrete klant- en ketenvragen. Selectiecommissies betrekken ondernemers en makers, zodat toepasbaarheid centraal staat. Dat verschuift de focus van onderzoeksaanbod naar marktvraag.
Projecten moeten laten zien hoe het resultaat in productie of dienstverlening terechtkomt. Denk aan kortere ontwikkeltijd, lagere faalkosten of hogere datakwaliteit. Ook samenwerking in de keten, bijvoorbeeld tussen toeleveranciers en machinebouwers, weegt mee. Zo ontstaat sneller schaalbaar effect voor meerdere bedrijven.
De call sluit inhoudelijk aan bij de agenda van de Topsector High Tech Systemen en Materialen (HTSM). Daarbij worden kennisinstellingen betrokken voor validatie en metingen. Maar de koers komt uit de praktijk van het mkb. Dat vergroot de kans dat innovaties echt worden gebruikt.
Focus op maakindustrie en chips
De uitvraag richt zich op hightech bouwstenen in de maakindustrie. Voorbeelden zijn mechatronica, halfgeleiders, fotonica en slimme productiesystemen. Ook software, algoritmen en industriële data krijgen ruimte, mits duidelijk is welk probleem in de fabriek of keten wordt opgelost. Zo blijft techniek middel en toepasbaarheid het doel.
Toepassingen lopen uiteen van precisieassemblage tot kwaliteitscontrole met sensoren en vision. Automatisering met cobots en digitale tweelingen kan bijvoorbeeld doorlooptijd verkorten. Voor halfgeleider- en machinebouwketens zijn betrouwbaarheid en traceerbaarheid belangrijk. Dat vraagt om gestandaardiseerde data en robuuste software.
Consortia moeten uitleggen welke prestatie ze verbeteren en hoe ze dat meten. Een Technology Readiness Level (TRL) is daarbij handig als kapstok; dit is een schaal om de volwassenheid van technologie te duiden. De focus ligt doorgaans op TRL 4 tot 7: van validatie in een testopstelling tot demonstratie in een relevante omgeving. Daarmee blijft het risico beheersbaar en het resultaat overdraagbaar.
Subsidie binnen EU-regels
Financiering moet passen binnen Europese staatssteunkaders, zoals de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) of de de-minimisregels. Dat bepaalt onder meer de maximale steunpercentages en de eigen bijdrage van bedrijven. Voor sommige digitale onderdelen kan koppeling met Horizon Europe mogelijk zijn. Dit verkleint overlap en vergroot toegang tot Europese kennisnetwerken.
Werkt een project met gevoelige data, dan geldt de AVG. Dataminimalisatie, versleuteling en heldere rolverdeling in het consortium zijn verplicht. Bij algoritmen die beslissingen ondersteunen, komt ook de AI-verordening (AI Act) in beeld. Een risicobeoordeling en transparantie over de werking van het systeem zijn dan nodig.
Publiek geld vraagt om duidelijke rapportage en hergebruik van resultaten waar mogelijk. Denk aan het delen van niet-concurrentiële kennis via whitepapers of fieldlabs. Intellectuele eigendom moet vooraf worden afgesproken om conflicten te voorkomen. Zo blijft balans tussen open kennis en concurrentiekracht.
Het mkb vormt op het moment van schrijven ruim 99% van alle Nederlandse bedrijven. Dat maakt vraaggestuurde innovatie door kleinere ondernemingen bepalend voor brede economische impact.
Kansen voor regionale clusters
De call haakt in op bestaande ecosystemen, zoals Brainport Eindhoven, Twente en Zuid-Holland. Fieldlabs van Smart Industry bieden testomgevingen met machines, sensoren en data. Dat maakt het eenvoudiger om resultaten snel in de praktijk te tonen. Regionale samenwerking verkleint kosten en versnelt acceptatie.
Grensoverschrijdende projecten met België of Duitsland kunnen gebruikmaken van Interreg-middelen. Dat is relevant voor ketens waarin toeleveranciers en afnemers over de grens werken. Europees inkopen van testapparatuur of gedeelde data-infrastructuur wordt zo beter haalbaar. Het vergroot bovendien de markt voor Nederlandse innovaties.
De aanpak sluit aan bij Nederlandse instrumenten als MIT en NWO-KIC, waar publiek-private samenwerking centraal staat. Ook het groeifondsprogramma NXTGEN Hightech werkt met ketenprojecten. Door deze stromen te combineren, ontstaat minder versnippering. Bedrijven krijgen dan één duidelijke route van idee naar opschaling.
Wat bedrijven moeten aanleveren
Consortia dienen een mkb-lead, partners, een helder probleem en meetbare doelen te beschrijven. Leg uit welke gegevens nodig zijn en hoe deze worden beschermd. Geef aan welke standaarden of interfaces worden gebruikt. Dat verkleint integratierisico’s bij implementatie.
Een plan voor testen en validatie is essentieel. Beschrijf welke indicatoren u meet en welke drempelwaarden succes bepalen. Voeg een route naar opschaling toe, inclusief training van operators en service. Zo wordt duidelijk hoe de innovatie in de lijn of bij klanten landt.
Maak afspraken over intellectuele eigendom, data-eigenaarschap en publicaties. Een eenvoudige consortiumovereenkomst voorkomt later discussie. Plan realistische mijlpalen en reserveer tijd voor certificering of CE-markering als dat nodig is. Dit verhoogt de kans op toekenning en snelle uitvoering.
Waarom dit nu belangrijk is
De Europese chipstrategie en strengere dataregels vragen om snellere, maar ook verantwoorde innovatie. Mkb-bedrijven voelen deze druk het eerst in kosten en levertijden. Door de koers bij hen te leggen, worden investeringen doelgerichter. Dat helpt de concurrentiekracht van de Nederlandse maakindustrie.
De Hightech call biedt houvast in een volle subsidielandschap. Eén loket en duidelijke selectie op toepasbaarheid scheelt tijd. Bedrijven krijgen sneller antwoord en beter zicht op vervolgstappen. Dat maakt plannen beter financierbaar, ook bij banken en investeerders.
Als deze aanpak werkt, kan zij als blauwdruk dienen voor andere sectoren. Denk aan energie, zorgtechnologie of mobiliteit. Daar spelen vergelijkbare uitdagingen met data, veiligheid en Europese regels. Een vraaggestuurde opzet kan ook daar het verschil maken.
