Na 50 jaar uit dienst: Voyager schakelt historisch meetinstrument uit

Geschreven door Matthijs

April 20, 2026 07:32

NASA heeft een wetenschappelijk meetinstrument aan boord van de Voyager-sonde uitgeschakeld. Het ruimtevaartuig bevindt zich in de interstellaire ruimte, miljarden kilometers van de aarde. De stap is recent gezet om stroom te besparen en de missie te verlengen. De overige systemen en sensoren van Voyager blijven op het moment van schrijven gegevens naar de aarde sturen.

Energie raakt uitgeput

Voyager werd in 1977 gelanceerd en draait nog steeds op een radio-isotoopgenerator (RTG). Dit is een kernbatterij die warmte uit plutonium omzet in elektriciteit. De opbrengst zakt elk jaar, waardoor keuzes nodig zijn.

Door een meetinstrument uit te schakelen, houdt NASA meer stroom over voor navigatie, communicatie en de resterende sensoren. Zo kan de sonde langer blijven meten in de interstellaire ruimte. Het besluit beperkt wel het soort data dat nog binnenkomt.

De sonde staat op meer dan 20 miljard kilometer afstand; een radiosignaal is meer dan 18 uur onderweg.

De energiebesparing gaat vaak samen met het uitzetten van verwarmingselementen. Dat verlaagt het verbruik met enkele watts, wat voor een RTG op leeftijd veel is. Tegelijk neemt het risico toe dat componenten bij zeer lage temperaturen minder stabiel werken.

Wat valt er weg

Het uitgeschakelde meetinstrument leverde informatie over de deeltjes en straling rond de sonde. Dit soort sensoren helpt bij het begrijpen van de overgang tussen de zonnewind en het interstellaire medium. De dataset liep decennia en gaf een unieke tijdreeks.

Nu valt een deel van die directe metingen weg. Onderzoekers zullen meer leunen op overblijvende sensoren en slimme rekenmethoden om het plaatje compleet te houden. Modellen worden aangepast om het gemis te compenseren.

Het instrument verbruikte naast meetstroom ook warmte via kleine heaters. Door die last te schrappen, groeit de energiemarge voor andere systemen. De trade-off is minder detail over één fysisch proces in ruil voor een langere missie.

Andere metingen gaan door

De magnetometer blijft het interstellaire magnetische veld in kaart brengen. Het Plasma Wave Subsystem “luistert” naar elektrische golfjes in het gas rond de sonde en schat daaruit de elektrondichtheid. Deze instrumenten gebruiken weinig stroom en leveren nog bruikbare signalen.

Ook tellen sensoren nog altijd hoogenergetische deeltjes, zoals kosmische straling. Dat is relevant voor modellen van ruimteweer, die weer gevolgen hebben voor satellieten en missies dichter bij huis. De camera’s zijn al jaren uit; beelden maken kost te veel energie en bandbreedte.

Het vluchtteam bij NASA’s Jet Propulsion Laboratory bewaakt de energiebalans en temperaturen nauwkeurig. Commando’s worden voorzichtig getest, omdat de reistijd van signalen lang is en correcties tijd kosten. Elke wijziging is erop gericht de wetenschappelijke opbrengst per watt te maximaliseren.

Europese schakel en impact

De verbinding loopt via NASA’s Deep Space Network, met onder meer het grondstation bij Madrid. Europese specialisten en ESA-grondstations leveren waar nodig ondersteuning via internationale samenwerkingsafspraken. Zo blijft data-ontvangst mogelijk, ook bij krappe raamwerken voor communicatie.

De metingen komen terecht in NASA’s Planetary Data System als open data. Europese onderzoekers, waaronder teams in Nederland en België, gebruiken deze datasets voor astrofysica en ruimteweeronderzoek. Dit sluit aan bij het Europese beleid voor open science en herbruikbare onderzoeksdata.

De inzichten helpen bij het verbeteren van modellen die bescherming bieden aan satellieten en kritieke infrastructuur op aarde. ESA’s Space Weather Service Network gebruikt hiervoor wereldwijde bronnen, waarbij metingen buiten de heliosfeer waardevolle referenties geven. Het uitzetten van één instrument is daarmee een verlies in detail, maar geen einde aan de wetenschappelijke waarde van Voyager.

Andere bekeken ook