Nieuws

Nexperia-crisis bedreigt toekomst tech-samenwerking met Radboud en HAN

Geschreven door Matthijs

November 3, 2025 15:24

Nexperia zit in een crisis die direct voelbaar is in Nijmegen. De toekomst van de samenwerking met Radboud Universiteit en de HAN University of Applied Sciences is op het moment van schrijven onzeker. De chipmaker is een belangrijke partner voor stages, onderzoek en innovatieprojecten rond halfgeleiders. De Europese digitalisering en de gevolgen voor het bedrijfsleven vormen de context waarin deze keuzes vallen.

Samenwerking onder druk

Nexperia werkt al jaren samen met Radboud en HAN aan chiptechnologie en energie-elektronica. Denk aan gezamenlijke labs, afstudeeropdrachten en gastdocenten uit het bedrijf. Door de interne problemen bij Nexperia is onduidelijk welke projecten doorgaan en welke stoppen. Beide onderwijsinstellingen vragen om duidelijkheid richting studenten en onderzoekers.

De locatie Nijmegen is voor Nexperia strategisch, omdat hier veel kennis en toeleveranciers zitten. Het bedrijf levert vooral zogeheten discretes en power-componenten, eenvoudige maar onmisbare chiponderdelen. Als plannen wijzigen, raken ook regionale samenwerkingen het onderwijs en mkb. Dat vergroot de druk op het technologische ecosysteem in Gelderland.

Radboud en HAN geven aan scenario’s te verkennen om continuïteit te waarborgen. Dat kan betekenen dat stages worden verplaatst of onderzoeksopdrachten worden herschikt. Contracten worden opnieuw bekeken, met aandacht voor intellectueel eigendom en facilitaire toegang tot apparatuur. Studenten krijgen, op het moment van schrijven, nog niet overal zekerheid.

Gevolgen voor onderwijs

Een pauze of inkrimping bij Nexperia kan leiden tot minder stageplekken in het komend semester. Opleidingen Elektrotechniek, Embedded Systems en Applied Physics zijn hier het meest afhankelijk van. Docenten proberen alternatieven te vinden bij andere bedrijven in de regio. Daarmee willen ze studievertraging en minder praktijkervaring voorkomen.

Ook gezamenlijk onderzoek naar vermogenselektronica en chipproductie kan vertraging oplopen. Zulke projecten zijn vaak deels gefinancierd door publiek geld en deels door bedrijven. Als één partij wegvalt, moet de begroting opnieuw worden gedekt. Dat kost tijd, en soms gaat dan waardevolle meettijd of labcapaciteit verloren.

Voor het regionale mkb betekent dit minder toegang tot kennis en testfaciliteiten via de onderwijsinstellingen. Veel kleinere bedrijven leunen op lectoraten en fieldlabs om nieuwe producten te valideren. Minder doorstroom van studenten en minder gezamenlijke pilots kunnen innovatie vertragen. Dat raakt uiteindelijk ook de arbeidsmarkt.

Europese steun en regels

De Europese Chips Act moet de chipproductie in de EU versterken en procedures voor staatssteun en projecten versnellen. Nederland doet mee via verschillende programma’s en IPCEI’s, speciale Europese projecten voor belangrijke innovaties. Voor onderwijs en regionale consortia kan dat extra houvast geven. Het helpt om projecten te herstructureren als een industriële partner wegvalt.

De Chips Act staat naast nationale instrumenten zoals het Nationaal Groeifonds en regionale ontwikkelingsmaatschappijen. Daarmee kunnen onderzoekslijnen en skills-programma’s worden voortgezet, desnoods met andere bedrijven. Voorwaarden zijn streng: doelen moeten helder zijn en resultaten meetbaar. Dat past bij de Europese lijn van doelmatige inzet van publiek geld.

De EU wil in 2030 20% van de wereldwijde chipproductie in Europa hebben, als doelstelling van de Chips Act.

Tegelijk gelden in Nederland strengere veiligheidstoetsen voor overnames en investeringen in gevoelige technologie via de Wet Vifo. Die wet kan effect hebben op eigendom en strategie van techbedrijven. Voor onderwijsinstellingen betekent dit: goed letten op contracten, datadeling en exportcontrole rond onderzoek. Zo blijft samenwerking mogelijk binnen de regels.

Onzekerheid in chipketen

De chipsector schommelt door vraag, geopolitiek en toelevering. Bedrijven passen productie en investeringen aan als markten verslechteren of regels veranderen. Zulke bewegingen raken juist de standaard- en vermogenschips waarin Nexperia actief is. Die componenten gaan in miljoenen producten, van laders tot auto-elektronica.

Exportcontroles en screening van buitenlandse investeringen spelen hierbij soms een rol. Ze moeten veiligheid en leveringszekerheid borgen, maar kunnen ook tempo uit projecten halen. Voor samenwerkingen met universiteiten betekent dit extra compliance en soms vertraging. Heldere afspraken over data, publicaties en IP worden dan nog belangrijker.

Voor studenten en onderzoekers is voorspelbaarheid cruciaal. Als bedrijven plots moeten herstructureren, vallen praktische leerpaden weg. Universiteiten en hogescholen bouwen daarom bredere netwerken met meerdere bedrijven. Zo verdelen ze het risico als één partner uitvalt of afschaalt.

Scenario’s voor de regio

De onderwijsinstellingen zetten op korte termijn in op herplaatsing van stages en projecten. In de regio bevinden zich alternatieven binnen het halfgeleider- en hightechcluster, zoals op en rond de Noviotech Campus in Nijmegen. Fieldlabs zoals het Chip Integration Technology Center (CITC) bieden toegang tot apparatuur en expertise. Packaging, het ‘inpakken’ en verbinden van chips in een behuizing, is daar een belangrijk thema.

Op middellange termijn kan extra steun uit Europese en nationale fondsen uitkomst bieden. Denk aan nieuwe consortia binnen de Chips Act en het Nationaal Groeifonds. Daarmee kunnen onderwijs en mkb doorwerken aan digitalisering, energiezuinige systemen en slimme productie. Voorwaarde is wel dat bedrijven zich committen aan lange termijn.

Op langere termijn draait het om het versterken van talentketens in de regio. Meer hybride docenten, deeltijdonderzoekers uit het bedrijfsleven en open labs helpen daarbij. Zo blijft kennis beschikbaar, ook als één grote partner haperingen heeft. Dat maakt de regionale chipketen veerkrachtiger tegen schokken.

Wat nu nodig is

Radboud en HAN vragen op korte termijn duidelijkheid van Nexperia over lopende afspraken. Studenten willen weten of stages, minoren en afstudeerplaatsen doorgaan. Onderzoekers hebben snel zekerheid nodig over toegang tot labs en data. Zonder die duidelijkheid lopen planning en financiering vast.

De betrokken partijen kunnen intussen gebruikmaken van bestaande publiek-private instrumenten. Denk aan versnelde calls voor regionale innovatie en skills-programma’s binnen de Europese digitalisering. Dat helpt gaten te dichten en projecten te herstarten. Zo blijft kennisopbouw behouden voor het bedrijfsleven en het onderwijs.

De kern is snelheid met zorgvuldigheid. Besluiten moeten passen binnen Europese regels en nationale wetgeving. Tegelijk mag het tempo niet wegvallen, omdat talent en bedrijven afhaken. Transparantie over de volgende stappen is daarom essentieel, op het moment van schrijven.

Andere bekeken ook

December 9, 2025

Nederland onderschat ruimtevaartpotentieel: doorbraak voor tech-economie

December 9, 2025

Deze 5 technologische trends bepalen 2026 volgens top-vermogensbeheerders

December 8, 2025

Glen De Boeck en hersenbloeding: kan digitale zorg risico’s verklaren?