Wielerteam Alpecin-Deceuninck breidt zijn voorjaarsstrategie uit: naast kopman Mathieu van der Poel komt er een tweede kopman in de klassiekers. Ploegmanager Philip Roodhooft maakte de keuze bekend richting de Vlaamse en Noord-Franse koersen dit voorjaar. Het doel is de kansen te spreiden en de tactische opties te vergroten. De stap past in een data-gedreven aanpak en in de Europese digitalisering van topsport, met gevolgen voor teams en materiaalkeuzes.
Ploeg spreidt leiderschap in voorjaar
Alpecin-Deceuninck kiest voor een extra kopman om niet afhankelijk te zijn van één renner. Dat geeft ruimte voor aanvallend rijden en verschillende scenario’s in de finale. Het verlaagt ook de druk op Van der Poel in drukke weken met meerdere topkoersen.
De maatregel richt zich op de kasseienklassiekers in België en Frankrijk. Denk aan Omloop Het Nieuwsblad, E3 Saxo Classic, Gent-Wevelgem, de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Ook eendaagsen in Nederland, zoals de Amstel Gold Race, vallen binnen deze aanpak.
Volgens de ploegleiding vergroot een dubbele kopman de kans om beslissende groepen te controleren. Een renner kan vroeg inspelen op aanvallen, terwijl de andere wacht op een sprint of late demarrage. Zo blijft het team flexibel als pech, valpartijen of weer een rol spelen.
Data en algoritmen sturen keuzes
De rolverdeling wordt in moderne wielerploegen gestuurd door trainingsdata en wedstrijdanalyses. Systemen voor prestatiemonitoring combineren vermogenscijfers, hartslag, GPS en herstelmetingen. Op basis daarvan bepalen coaches wie waar en wanneer de beste vorm heeft.
Algoritmen helpen bij het plannen van het seizoen en het verdelen van belasting. Zo kan een renner pieken in de juiste weken, terwijl een ander ritme opbouwt in voorbereidingskoersen. Dit verkleint het risico op overbelasting en verhoogt de kans op een topdag.
Een vermogensmeter is daarbij onmisbaar, omdat die in watt meet hoeveel kracht een renner levert. In trainingen leveren deze sensoren nauwkeurige data over intensiteit en techniek. Tijdens wedstrijden gebruikt de ploeg deze informatie vooral ter evaluatie achteraf, binnen de sportregels.
Een vermogensmeter meet het geleverde vermogen in watt en is de standaard voor trainingssturing in het profwielrennen.
Materiaal valt onder UCI-regels
Fietsen, wielen en tijdritonderdelen moeten voldoen aan de technische reglementen van de UCI. Fabrikanten laten frames en sturen vooraf keuren en registreren. Dat beperkt experimenten, maar maakt het speelveld eerlijker en veiliger.
Live telemetrie naar publiek is in de koers beperkt, om sportieve manipulatie te voorkomen. Teamradio’s zijn toegestaan en leveren alleen korte instructies en koersinfo. Gedetailleerde data worden pas na afloop geanalyseerd op het teamplatform.
Naast UCI-eisen gelden Europese productregels en CE-markering voor veiligheid. Windtunneltests en wegtests in België en Nederland helpen om materiaalkeuzes te finetunen. Kleine winst in banden, druk of kleding kan in de klassiekers het verschil maken.
Effect op Benelux-wedstrijden
Met twee kopmannen kan Alpecin-Deceuninck meer scenario’s afdwingen in Omloop en E3. Een vroege aanval hoeft niet meteen teruggehaald te worden als de tweede kopman achterblijft. Dat geeft spanning in koers en dwingt concurrenten tot keuzes.
In de Amstel Gold Race, met veel korte hellingen en bochten, telt positionering nog meer. Een tweede speerpunt biedt ruimte om op meerdere sleutelmomenten mee te schuiven. Het maakt het team minder kwetsbaar voor een mindere dag van één renner.
Voor Nederlandse en Belgische fans betekent dit meer zicht op teamtactiek in het voorjaar. Strategische keuzes worden eerder zichtbaar in aanloop naar de finale. Het kan leiden tot eerder openbreken van de koers, nog voor de slotklim of kasseistrook.
AVG en sportdata van renners
Prestatiegegevens van renners vallen onder de AVG, de Europese privacywet. Teams moeten een rechtmatige grondslag hebben voor verwerking en delen van data. Dat geldt ook voor medische gegevens en herstelscores, die extra gevoelig zijn.
Dataminimalisatie en versleuteling zijn nodig om risico’s te beperken. Externe tools en cloudplatforms mogen alleen worden gebruikt met duidelijke afspraken. Een Data Protection Impact Assessment helpt om privacyrisico’s vooraf in te schatten.
Voor commerciële inzet van data, zoals content of sponsordekking, is vaak extra toestemming nodig. Op het moment van schrijven is Philip Roodhooft ploegmanager en eindverantwoordelijk voor beleid en naleving. Zo blijft innovatie in balans met privacy en sportieve integriteit.
