Mathieu van der Poel start niet in de Italiaanse gravelklassieker Strade Bianche in Toscane. De Nederlandse kopman van Alpecin-Deceuninck kiest dit weekend voor herstel en focus op de komende voorjaarsklassiekers. De editie staat bekend als extra zwaar, met lange afstand en veel onverharde stroken. De ploeg vindt de belasting te groot vroeg in het seizoen en wil onnodig risico vermijden.
Van der Poel kiest rust
Van der Poel is een ex-winnaar in Siena en een publiekstrekker in Europa. Toch blijft hij weg om zijn piekvorm te bewaren voor de kasseiklassiekers. Die vallen kort na Strade Bianche en vragen een andere belasting én materiaalkeuze. Een rustmoment nu verkleint de kans op overtraining en blessures.
Alpecin-Deceuninck kiest voor een strakke planning met duidelijke prioriteiten. De ploeg weegt trainingsblokken, reisdagen en wedstrijduren tegen elkaar af. Zo’n planning draait niet om één koers, maar om het hele voorjaar. Elke extra piekbelasting werkt door in de rest van de kalender.
Bovendien is het grillige karakter van gravel lastig te sturen. Het tempo ligt hoog, maar pech kan veel beslissen. Dat maakt de risico-batenafweging extra scherp voor een klassementskopman. Wegblijven is in dat licht een rationele keuze.
Koers zwaarder door gravel
Strade Bianche is uniek door de ‘strade bianche’: witte, onverharde wegen in de Toscaanse heuvels. Die stroken vragen continu sturen, remmen en positioneren. Valpartijen en lekke banden liggen meer op de loer dan op asfalt. Ook stof, wind en korte steile hellingen vergroten de belasting.
De afstand ligt rond of boven de 200 kilometer, met tientallen kilometers gravel. Dat is veel, zeker begin maart. Rijders krijgen een mix van hoge intensiteit en lange duur. Herstel na zo’n dag kost tijd en kan andere doelen raken.
Techniek en tactiek worden daardoor complexer. Teamwagens komen niet overal snel bij renners door smalle wegen. Neutrale service op motoren helpt, maar lost de basisrisico’s niet op. Eén slechte sector kan een hele voorbereiding verstoren.
Data sturen seizoenplanning
Topploegen sturen keuzes met data uit vermogensmeters, hartslagbanden en GPS. Die cijfers vertalen ze naar trainingsbelasting, een maat voor intensiteit én duur. Zo zien coaches wanneer een renner naar zijn limiet gaat. Op basis daarvan bepaal je waar je wel en niet start.
Trainingsbelasting is de combinatie van duur en intensiteit over een periode. Te veel belasting verhoogt het risico op overtraining en blessures.
Software voor prestatie-analyse berekent scenario’s: wat levert een koers op, en wat kost hij? De uitkomst verschilt per renner en per doel. Een gravelklassieker met piekbelasting past niet altijd bij een klassiekerschema met kasseien. Data maakt die afweging transparanter en verdedigbaar.
Deze dataverwerking valt onder de AVG, omdat het om gezondheidsgegevens gaat. Teams hebben daarom expliciete toestemming, dataminimalisatie en versleuteling nodig. Toegang tot de ruwe data hoort beperkt en controleerbaar te zijn. Op het moment van schrijven is dat in de meeste WorldTour-teams standaard beleid.
UCI scherpt veiligheidskader aan
De UCI en organisator RCS Sport bepalen route, seingevers en medische dekking. Strade Bianche valt onder de WorldTour-regels voor veiligheid en materiaal. Denk aan markering van wegmeubilair, barrières en tijdige informatie via radiocommunicatie. Gravel vereist bovendien extra verkenningen en risicobeoordelingen vooraf.
Het Extreme Weather Protocol geeft ruimte om koersdelen aan te passen bij hitte, storm of modder. Op gravel is inkorten of neutraliseren lastiger door de ligging van stroken. Daarom ligt de nadruk op preventie en duidelijke procedures. Digitale routekaarten en risicologs helpen om knelpunten te plannen.
In Europa gelden daarnaast arbeids- en veiligheidseisen voor organisatoren en wegbeheerders. Lokale autoriteiten in Italië verlenen vergunningen en controleren op naleving. Dat sluit aan bij de bredere Europese aandacht voor sportveiligheid en datagedreven besluitvorming. Het doel blijft: spektakel zonder onnodig risico.
Materiaalkeuze beïnvloedt risico
Gravel vraagt om andere set-ups dan kasseien of asfalt. Teams kiezen vaak bredere, tubeless banden met lagere druk voor grip en comfort. Inserts kunnen helpen bij impact, maar maken wissels lastiger. Op een smal Toscaans pad is elke seconde service tijd kostbaar.
Sommige teams testen bandendruk- en temperatuurmetingen tijdens trainingen. In de koers blijft ervaring leidend, aangevuld met verkenningsdata. Trillingen op gravel kunnen sensoren en houders extra belasten. Dat vergroot de kans op kleine technische problemen met grote sportieve gevolgen.
Ook communicatie en positionering vragen aandacht. GPS-tracking en radio helpen, maar dekking kan haperen tussen heuvels en bosranden. Daardoor plannen sportdirecteurs conservatiever en houden ze marge in strategie. Voor Nederlandse fans en sponsors telt dan het grotere plaatje: fit aan de start van de kasseienklassiekers in de Benelux en Noord-Frankrijk.
